Schattige, jonge vogeltjes, die wil iedereen wel in de tuin. Maar mieren gaan we met kokend water te lijf en van regenwormen krijgen we de kriebels. Toch zijn al die "beestjes", van de meest aaibare tot de griezeligste, van nut in de tuin. De regenworm en het lieveheersbeestje zijn daar goede voorbeelden van……
__________________________________________________________________________________________________________________________________________
DE REGENWORM
Hij is niet echt aaibaar, de regenworm. Glibberig, bijna geen kop of kont aan te ontdekken, wie wordt daar nou warm van?
Een beetje slimme tuinier, bijvoorbeeld, want regenwormen zijn ongelooflijk nuttige dieren.
In een beetje gezonde tuin kun je er op elke vierkante meter wel vijfhonderd vinden. Het zijn de opruimers van de natuur. Ze trekken afgevallen blad en andere rommel de grond in en verwerken het tot vruchtbare wormenmest.
Doordat ze gangen maken in de grond beluchten ze die automatisch en kan het water beter weglopen in die gangetjes. En voor wie het engerds blijft vinden: ze staan op het menu van heel wat geliefde zangvogels……
____________________________________________________________________________________________________________________________________________
HET LIEVEHEERSBEESTJE
Het lieveheersbeestje kan al op wat meer fans rekenen. Vooral rozenliefhebbers weten de gestippelde diertjes te waarderen omdat het geweldige bestrijders van luizen zijn. Ook in de groentetuin hebben ze daarom veel waarde, met name op luisgevoelige gewassen als sla en tuinbonen.
Lieveheersbeestjes leggen hun eitjes in bladafval. Wie ze dus graag ziet in de tuin, moet in het najaar niet beginnen aan de winter-klaar-beurt.
Holle stengels, dorre blaadjes, het zijn allemaal prima overwinteringsplekken voor veel nuttige insecten. Je kunt zelfs holle, droge stengels, bijvoorbeeld van mais, met een touwtje bij elkaar binden en op een droog beschut plekje ophangen. Een mooi hotel voor veel nuttige diertjes.
Als je geen bestrijdingsmiddelen gebruikt en de grondkwaliteit goed is door het gebruik van natuurlijke messtoffen en compost dan zul je over het algemeen weinig last hebben van plagen en aantastingen. De hele tijd alles opruimen is helemaal niet nodig. De natuur heeft nuttige krachten genoeg om afgevallen blad en stengels weg te werken. En hoe meer afwisseling van planten in je tuin, vooral van inheemse planten, des te groter de variatie aan bijvoorbeeld insecten en daarmee ook vogels.
©-14 juni 2009 _____LA-PAGE-D’AGNÈS_____
_____________________________________________________________________________________________________________________________________________



Beide foto\’s waren me al bekend maar je hebt er wel een leuk logje van gemaakt. Regenwormen zitten trouwens vol prima eiwitten en kunnen ook door de mens worden gegeten. Even de modder eruit knijpen en eet smakelijk blaaah. Kan me nog goed herinneren dat een klasgenootje vroeger een weddenschap aannam door een regenworm op te eten.
Oh jakkes Henk, daar moet ik nou even niet aan denken…..ieeeeeghhhhhh
Er zijn trouwens een heleboel verschillende soorten regenwormen. In Nederland en België komen 25 soorten voor. Wereldwijd zijn er meer dan 2200 soorten bekend. Ze komen overal voor behalve in droge klimaten en op Antarctica. Ze variëren in lengte van 2 cm tot meer dan 300 cm en 8 mm dikte (Megascolides australis)…dus dat geintje Henk over die foto(dat ik een slang zou hebben gefotografeerd) is eigenlijk nog niet zo gek after all..regenwormen zijn er dus met een afmeting van 3 meter!!!!!