Natuur-De haas

Posted on november 1, 2009

21



Een langwerpig lichaam, zeer lange oren en lange poten.  De achterpoten langer en krachtiger dan de voorpogrijzig geel- tot roestbruine vacht, die dient als camouflage.

De haas…. gisterochtend zat ie lekker beschut in zijn "leger" achter het huis, middenin het grasveld onder oude eiken, met uitzicht op een heel veld met paddestoelen. Veel groter dan een konijn, alhoewel ie er wel veel op lijkt.

De grote oren zorgen voor een uitstekend gehoor. Ze kunnen onafhankelijk van elkaar bewegen en kunnen zo van iedere richting geluid opvangen. Een haas kan zijn oren 190° naar buiten draaien.[Naast het scherpe gehoor heeft de haas ook een sterk ontwikkelde reukzin om vijanden te kunnen waarnemen en de geur van bronstige vrouwtjes op te pikken. Door voortdurend te snuffelen vangt de haas de gehele tijd geuren op.

De zijwaarts geplaatste ogen zorgen voor een blikveld van 360°. Voor en achter hem is er dus overlap, en de haas hoeft zijn hoofd niet te bewegen om zijn omgeving te kunnen zien. Enkel vlak voor en vlak achter hem bevindt zich een dode hoek. De haas kan echter slecht diepte inschatten. Zijn lievelingsplekken zijn gematigde open en half-open grasvelden zoals (cultuur)steppen en weilanden, soms ook in lichte loofbossen. Hij heeft een voorkeur voor grotere grasvlakten. Ook beschutte plaatsen, zoals hoog gras, houtwallen, bosschages, bosranden, heggen met ondergroei en ruige oevers hebben zijn voorkeur.

De haas is min of meer een nachtdier. Overdag is hij slechts mondjesmaat actief. Hij ligt overdag meestal platgedrukt tegen de grond in een voor of in zijn leger. Het leger bevindt zich meestal op een zonnige, doch beschutte plaats en is zelfgegraven. Als een haas in een leger ligt, zijn meestal enkel zijn kop en rug zichtbaar. De achterzijde ligt in het diepste deel van het leger. Hier houdt hij een slaap, die zo licht is dat de haas door ieder geluid of trilling van de bodem wordt gewekt. Een slaapperiode is zeer kort, zelden meer dan een paar minuten. Vaak gebruikt een haas meerdere malen dezelfde legers, tenzij deze verstoord zijn.

Na het vallen van de avond wordt hij actief. Hij kan dan verscheidene kilometers afleggen op zoek naar foerageer- en verzamelgebieden.  Ze maken hierbij gebruik van vaste paden en wissels.

De haas beweegt zich voort met een huppelende beweging, waarbij de achterpoten voor de voorpoten worden gezet. Hij maakt hierbij sprongen van maximaal 1,2 meter. Het is een goede zwemmer en zal zomaar een rivier oversteken.

De haas zal bij zijn leger de geurige uitscheiding uit de klieren in zijn mondhoeken verspreiden over zijn lichaam door eerst zijn poten langs de wangen en oren te wrijven en daarna over de rest van het lichaam.

De haas leeft voornamelijk van grassen en kruiden als klaver, kruisbloemigen en paardenbloemen, aangevuld met knoppen, zaden, twijgen, wortels en landbouwgewassen als bieten, koolplanten, wortelen en granen.

 

Daarnaast eet hij ook schors, paddenstoelen en vruchten als appels en bessen. De haas heeft een voorkeur voor wilde kruiden boven gecultiveerde. ’s winters eet hij voornamelijk grassen, knollen, kool, knoppen, zaden en twijgen. In strenge winters eet hij ok schors. Hierbij kunnen ze veel schade toebrengen aan jonge bomen.] Ook eet de haas zijn eigen uitwerpselen (coprofagie) om proteïnen en vitaminen binnen te krijgen.

De haas drinkt slechts zelden en haalt het meeste vocht uit zijn voedsel.

De haas heeft een actieradius van ongeveer 300 hectare, gelegen rond zijn voornaamste leger. Binnen deze actieradius liggen ook andere legers en verscheidene latrines, vaste foerageerplaatsen, plaatsen om te zonnen en vaste paden, die hij markeert met een uitscheiding uit de wang- en anaalklieren. Hij is zeer honkvast en raakt buiten zijn vertrouwde leefgebied in stress.

De haas leeft voornamelijk solitair. Binnen de actieradius wonen vaak ook andere hazen, die elk hun eigen plek hebben binnen het gebied waar ze de meeste tijd doorbrengen. ’s Winters heeft de haas een grotere actieradius dan zomers, en beslaat het meer bebost gebied. De grenzen van het woongebied worden afgebakend met geurvlaggen, die hij aanbrengt door met zijn kin langs lage takken te wrijven.

De haas blijft meestal zijn hele leven in het gebied waar hij is geboren. Hij zal het gebied enkel tijdelijk verlaten als in zijn woongebied geen vrouwtjes of voedsel te vinden is, en permanent als hij voortdurend verstoord wordt.

Vanochtend zat hij alweer op zijn stekkie tegenover de paddestoelen……..

  

 

Een heel fijne zondag……

 

Agnès

Posted in: Van alles wat