Herfst-de Inktzwam

Posted on november 14, 2009

7



 

 

Paddestoelen hebben een patent op beeldende, grappige, soms sprookjesachtige namen, en de familie van de inktzwammen (Coprinaceae) blinkt daar ook in uit.

Het hazenpootje (Coprinus lagopus) is een inktzwam die bij voorkeur groeit op dode houtresten, en is te vinden in bossen, maar ook in
tuinen op gehakseld hout… en op  paden in de moestuin. Op een bodem die rijk is aan organisch materiaal van vergaan hout  lijkt de zwam vanuit de grond te groeien.

 

Het hoedje van het hazenpootje is dicht behaard als het jong is, maar op ‘volwassen leeftijd’ (en dat is een paar uur later) is het vrijwel kaal.

Bij het hazenpootje blijven delen van dat vlies vaak op de hoed hangen. De Nederlandse naam ‘Hazenpootje’ slaat natuurlijk op het harige aspect van het hoedje, net als de botanische soortnaam lagopus, die is afgeleid van het Grieks lagos (λαγως, haas) en pous (πους, poot). (De geslachtsnaam ‘Coprinus‘ verwijst naar het feit dat een aantal inktzwammen mest als groeiplaats verkiezen.) Als de paddestoel opkomt, is het hoedje hoog en smal, maar wordt stilaan breder en klokvormig, en later vlak en komvormig. Naarmate het zwammetje ouder wordt, wordt het hoedje langzaamaan doorschijnend.

De talrijke plaatjes van het hazenpootje zijn aanvankelijk bleek, wit, maar verkleuren naar grijs en tenslotte naar zwart, en ze vervloeien uiteindelijk tot een zwarte inktachtige vloeistof, een typisch kenmerk van (heel wat van de ) inktzwammen.

Het hazenpootje wordt niet als giftig beschouwd, maar het heeft geur noch smaak, en niet alleen is het lastig om er voldoende te plukken om er een maaltje van klaar te maken, het is bovendien bijna niet te doen om ze ‘heelhuids’, voor ze tot inkt vervloeien, in de keuken te krijgen.

 

Het vervloeien van de plaatjes is een ingenieuze strategie waardoor de sporen efficiënter verspreid kunnen worden. Naarmate de sporen rijpen gaan de lamellen van onder naar boven toe vloeibaar worden. Bij de meeste inktzwammen krult het hoedje tegelijkertijd op, waardoor de "rijpe" sporen steeds in een optimale positie komen om door de wind te worden meegevoerd.

 

(Bron: Kees Uljé)

Foto’s 1, 2 en 3 ©2009-LA-PAGE -D’AGNÈS___

Posted in: Van alles wat