Natuur-De mus

Posted on juni 13, 2010

14



De huismus is een standvogel: hij blijft meestal rond dezelfde plek wonen. Vaak dichtbij of in woongebieden van mensen. In koudere streken, zoals rond de poolcirkel, kan de mus dankzij de warme omgeving van de mensen overleven. Het is een kleine vogel(14-16 cm lang en weegt bijna niks(max. 30 gram). Mannetje en vrouwtje zijn verschillend getekend. Het mannetje heeft een grijze kruin en een zwarte bef, het vrouwtje heeft een gestreepte rug en een effen lichte borst. Beiden hebben een oogstreepje. 

Een mussenpaar bouwt gezamenlijk een nest, waarin het vrouwtje vier tot zeven eieren legt. Na ongeveer 12 dagen broeden komen de eieren uit. Als de kuikens uit het ei komen, zijn ze nog naakt en wegen niet meer dan 3 gram. Zodra er iemand in de buurt komt, sperren ze de nog relatief grote bek wijd open in de hoop voedsel te krijgen. Gedurende deze eerste dagen worden de kuikens door beide ouders met klein dierlijk voedsel gevoed, maar al snel wordt het dieet gevarieerder en plantaardiger. Na ongeveer twee weken vliegen de jongen uit. Ze blijven hierna nog enige tijd afhankelijk van de zorg van de ouders en worden nog regelmatig gevoed.

Onder meer in Nederland en Vlaanderen is de huismussenpopulatie de laatste decennia drastisch afgenomen. Hiervoor zijn diverse oorzaken verondersteld:

  1. Meer huizen werden gebouwd zonder dakpannen, of de afwerking van de daken was zo goed dat de huismus geen nestjes in kieren en dergelijke kon bouwen;
  2. Meer tuinen werden betegeld, ouderwetse ligusterheggen waar mussen beschutting vinden, verdwijnen.
  3. Naarmate paard en wagen werd vervangen door de auto, werd er steeds minder graan op de straten gemorst;
  4. Veranderingen in de landbouw:
    1. Men ging bijvoorbeeld vaak over op het verbouwen van andere gewassen dan graan en koren;
    2. Men gebruikte meer insecticiden waardoor er ook minder insecten waren;
    3. Men ging mest beter afgesloten bewaren, waar voorheen veel insecten buiten bij rondvlogen;
    4. De oogst werd efficiënter waardoor er minder voor de mussen bleef liggen;
  5. Efficiëntere bebouwing in de steden waardoor er minder ruwe en onbebouwde terreinen overbleven waar voedsel te vinden is;
  6. Het in onbruik raken van het buiten uitkloppen van tafelkleden na het eten.
  7. Populariteit van de kat als huisdier, het aantal katten in Nederland is sinds de jaren 90 van de twintigste eeuw sterk toegenomen
  8. De overschakeling naar loodvrije benzine. Die is goed voor het milieu, maar niet voor de mus. Omdat ze andere stoffen bevat, die insecten doden waarvan de mus moet leven. Die stoffen zouden ook schadelijk zijn voor de mussen zelf. En op de velden blijft er door de moderne landbouwtechnieken minder graan liggen, dus minder voedsel voor de mus.

Het aantal broedparen is afgenomen van 1-2 miljoen eind jaren zeventig, tot ½-1 miljoen nu, en dit aantal neemt nog steeds af.  Eind 2004 staat de huismus als gevoelig op de Nederlandse rode lijst om aan te geven dat deze afname in aantal ‘zorgelijk’ is. Echter, na de merel is de huismus nog steeds de meest algemene broedvogel in Nederland.  

 

 
 
Posted in: Van alles wat