Lezen: Strips en woordenschat

Posted on juni 5, 2012

0



De omvang van de woordenschat van kinderen is sterk bepalend voor
het niveau van begrijpend lezen dat zij bereiken.Uit onderzoek is gebleken dat de  Nederlandse woordenschat van sommige groepen leerlingen, met name leerlingen uit anderstalige en lage sociale milieus, veel kleiner is  dan die van andere leerlingen.  Voor hen komt het er dus op aan dat zij hun woordenschat uitbreiden door veel te lezen.
In  eerste instantie gaat het om het verwerven van een basiswoordenschat. Dit zijn de 6.000 meest gangbare (‘hoogfrequente’) woorden. Veel van deze woorden worden mondeling geleerd, bijvoorbeeld door gesprekken tussen kinderen en volwassenen in de dagelijkse omgang op school. Daarna gaat het om minder gebruikte (‘laagfrequente’) woorden, zoals woorden die voorkomen in zaakvakken (‘de nerf’, ‘het parlement’) en schooltaalwoorden (‘circa’, ‘vaststellen’, ‘diverse’). Om dat soort woorden te leren moeten kinderen veel lezen, want in gesprekken komen deze woorden nauwelijks voor.

In tabel 1 is te zien wat goede bronnen zijn voor laagfrequente woorden.

De tabel laat zien dat bijvoorbeeld strips, tijdschriften en kranten een goede bron zijn voor laagfrequente woorden. Een extra voordeel van kranten en tijdschriften is dat die veelal actuele informatie bevatten. Deze ‘kennis van de wereld’ is – net als woordenschat – een belangrijke factor voor succes in begrijpend lezen. Dit mes snijdt dus aan twee kanten.

Ook interessant om te zien is dat prentenboeken bijna net zoveel laagfrequente woorden bevatten als gesprekken tussen hooggeschoolde volwassenen. Bij prentenboeken gaat het dan om woorden als ‘glippen’, ‘plechtig’ en ‘ooit’; bij gesprekken tussen volwassenen zijn het woorden als ‘prestige’, ‘apert’ en ‘frauduleus’. In alledaagse gesprekken komen deze woorden nauwelijks voor. De woordenschat die in gesprekken wordt gebruikt is zo beperkt, dat kinderen er weinig nieuwe woorden van leren.In de midden- en (vooral) de bovenbouw leren kinderen de meeste woorden door te lezen. Strips kunnen daarbij dus een goed hulpmiddel zijn in tegenstelling tot de bewering dat stripboeken geen goede (lees)boeken zouden zijn.

TABEL 1LAAGFREQUENTE WOORDEN PER 1.000

GESCHREVEN TEKSTEN

Abstracts van wetenschappelijke artikelen 128.0

Kranten 68.3

Populaire tijdschriften 65.7

Boeken voor volwassenen 52.7

Strips 53.5

Jeugdboeken 30.9

Prentenboeken 16.3

TELEVISIE

Populaire shows voor volwassenen 22.7

Populaire shows voor kinderen 20.2

Tekenfilms 30.8

Sesamstraat 2.0

GESPREKKEN MET VOLWASSENEN

Getuigenverklaringen 28.4

Hooggeschoolden tegen vrienden en echtgenoten 17.3

Bron Tabel : Cunningham & Stanovich (1998),

What Reading Does For The Mind

Bron tekst:http://www.siob.nl/upload/documenten/meer-lezen-beter-in-taal.pdf

 

Foto: Studio 56: http://studio562614.wordpress.com

 

.

Posted in: Onderwijs