Kunst-Gek of slim?

Posted on augustus 2, 2012

1



Kunstenaar van vijftig schilderijen per dag

Excentriek, levenslustig en behoorlijk maatschappelijk vervreemd. Kortom, een echte kunstenaar. Althans, volgens de kunstenaar zelf, Anton Heyboer, en volgens de vijf vrouwen waarmee hij in Den Ilp, Noord-Holland, samenwoonde. Hij overleed in 2005 op 81-jarige leeftijd.

Een typische kunstenaar dus. Hoewel hij zelf niets van de officiële kunstwereld moest hebben: aanstellerij en volksverlakkerij. Precies de termen die de kunstwereld, op zijn beurt, weer voor Heyboer reserveerde. Wie hem ooit op tv heeft gezien zal er niet verbaasd over zijn. Op de beelden is steevast te zien hoe Heyboer papier en penselen (soms tien tegelijk) door een van zijn vrouwen in de handen worden gedrukt. Waarna de schilder het ene na het andere ‘kunstwerk’ vervaardigt, zonder noemenswaardige onderbreking doorpratend, en zonder te letten wat er op het papier verschijnt.

Wat niet wegneemt dat zijn werk zich in veel museale verzamelingen en privécollecties bevindt. Vooral met het vroege werk, uit de jaren vijftig en zestig, maakte hij furore. Grote vellen grafiek waarop Heyboer zijn ‘systeem’ had geëtst: een mystiek brouwsel van boeddhistische en christelijke invloeden, mannelijke en vrouwelijke figuren, te midden van primitieve motieven, en geordend volgens de Gulden Snede, het idee dat menselijk oog onbewust de ideale maatverhoudingen herkent. Het werk gaf hem destijds een met de status van de Cobra-kunstenaars vergelijkbare bekendheid.

Heyboer, geboren op Java op 9 februari 1924, was autodidact en een geboren nomade. In zijn jeugd verhuisde het gezin van Indonesië naar Haarlem, en vervolgens naar Curaçao. Terug in Nederland werd hij halverwege de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers opgepakt en zeven maanden in een kamp te werk gesteld. Over dat verleden heeft hij weinig meer losgelaten dan dat ‘het concentratiekamp niet slechter was dan het ouderlijk huis en de maatschappij niet slechter dan beide; te oncreatief’. Het verleden maakte ook dat hij nooit een stoel gebruikte, maar altijd als een kleermaker op bed zat. De gewone zithouding maakte hem, naar eigen zeggen, tot ‘de helft van een SS-teken’.

Getraumatiseerd en verward keerde hij na de oorlog terug naar Nederland. Hij verhuisde van Haarlem naar Borger, Drenthe, waar hij in een hut half onder de grond woonde, en tekeningen verkocht voor twee of drie boterhammen. Daarna reisde hij door Frankrijk en Spanje, verbleef in de psychiatrische inrichting Santpoort, om uiteindelijk neer te strijken in een boerenstal in Den Ilp, die hij verbouwde en uitbreidde, en naar het schijnt de laatste twintig jaar van zijn leven niet meer heeft verlaten.

Heyboer kende in de jaren vijftig drie gestrande huwelijken, maar trouwde vanaf 1960 achtereenvolgens Maria, architecte Lotti, Petra, model Marike en buschauffeur Joke. De vijf bruiden gaven aan zijn geestdriftig gemaakte productie een bedrijfsmatige draai. Niet in de laatste plaats door zijn werk te verkopen tegen bodemprijzen die schommelden tussen de honderd en driehonderd gulden. Het werk werd verkocht vanuit een winkel bij zijn atelier. Heyboer was ook actief in de muziek en maakte begin jaren zeventig een elpee.

Het heeft hem en zijn vrouwen (die met zijn vijven een vennootschap onder firma hebben gesloten, waaraan Heyboer zijn werk verkocht) desondanks tot miljonairs gemaakt. Al was het alleen al door zijn gigantische productie. Heyboer, in 2002 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, maakte tot op het laatst ‘dertig tot vijftig’ schilderijen per dag. In de jaren zeventig, toen de ‘meisjes’ zijn werk nog langs de weg verkochten, verdienden ze volgens Heyboer al ‘anderhalf miljoen gulden per jaar’.

Ook voor hun pensioen hoeven de vijf zich geen zorgen te maken. De oudedagsvoorziening voor de vrouwen – ongeveer 80 duizend schilderijen – staat opgeslagen in loodsen bij Sloterdijk, Schiphol en in Zwitserland.

getagged: , ,
Posted in: Art, Kunst