Parijs-De Notre Dame

Posted on augustus 13, 2012

1



De Cathédrale Notre-Dame de Paris (Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Parijs) is een imposante, in vroeggotische stijlopgetrokken kathedraal op het eiland in de Seine, Ile de la Cité, in het centrum van Parijs. De naam van haar patroonheilige wijst op het belang van de middeleeuwse devotie tot de maagd Maria.

De kathedraal werd gebouwd in de tijd van Lodewijk VII. De eerste steen werd in 1163 door paus Alexander III geplaatst. De bouw werd in 1345 voltooid.

De kerk werd op 27 februari 1805 verheven tot basiliek. Ze onderging vanaf 1845 een 23-jarige restauratie , nadat ze beschadigd werd tijdens de Franse Revolutie. Sinds 1991 is er een nieuwe restauratie aan de gang die bijna beëindigd is.

De Notre-Dame is 130 meter lang. De twee niet-afgebouwde torens, die een hoogte hebben van 69 meter, kunnen beklommen worden en bieden een uitzicht over de stad.

Het boek De Klokkenluider van de Notre Dame, dat Victor Hugo in 1831 schreef, gaf de Notre Dame de Paris wereldbekendheid.

De kerk heeft een magnifiek orgel, dat bestaat uit meer dan 7000 pijpen(zie foto).

Een waterspuwer of gargouille is een uitmonding van een goot, vergaarbak of waterbekken met het doel al dan niet overtollig water af te voeren.

Een spuwer is meestal een figuur uit steen gehouwen, die zich ter hoogte van de dakrand van gebouwen bevindt. Deze sculptuur – vaak een sinistere voorstelling van duivels, monsters of roofvogels – doet dienst als regenwaterafvoer, om te voorkomen dat het regenwater langs de gevel naar beneden stroomt. Waterspuwers worden al sinds de oudheid toegepast, maar worden vaak vooral geassocieerd met de gotiek. Aan gotische kerken is de spuwfunctie vaak vervallen door de latere toevoeging van (koperen) regenpijpen. Omdat zij sterk beeldbepalend waren, werden de spuwers desondanks gewoonlijk gehandhaafd.